Recensie Gezang in AD, vrijdag 19 januari 2007

.

Stijn van der Loo speelt indrukwekkende vader-zoon-miniatuur

.

Wars van Valse sentimenten


Wilko Peenstra

Gorinchem


Verhaal één: een overgrootvader begint een sigarenfabriek en een grootvader neemt het bedrijf over, maar heeft zijn hart aan de literatuur verpand.

    Verhaal twee: een schreeuwende, onmachtige vader is in gesprek met zijn jonge zoon, die langzaam maar zeker beseft dat de weggelopen moeder niet meer terugkomt. In de miniatuur Gezang van de schrijver en zanger Stijn van der Loo worden twee vaderverhalen op minutieuze wijze door elkaar gevlochten.

    “Ik vertel zo subtiel mogelijk het verhaal van vaders en over wat ze aan hun zonen doorgeven, gewild of ongewild,” aldus Van der Loo. Een dagboek van zijn overgrootvader diende voor Van der Loo als uigangspunt voor de kleine, fictieve voorstelling. De overgrootvader, die een roman wilde schrijven, stuurde werk naar Willem Kloos. De schrijver reageerde meedogenloos.

    “Hij stuurde een hele beleefde, maar daardoor des te venijnigere brief terug, waarin het werk wordt afgebrand,” vertelt Van der Loo, die in Gezang enkele bloemrijke passages uit de brief van Kloos voorleest. De meeste liedjhes in de voorstelling schreef Van der Loo zelf, maar hij zingt ook Huwelijksreis van Wim Sonneveld en haalt teksten van Huub Oosterhuis en het gedicht Droom van Reve aan. “Een Tom Tom pikt zijn signalen op van verschillende satellieten. Al die satellieten bepalen samen de koers. De teksten en liedjes van anderen zijn voor mij de satellieten, waarlangs deze voorstelling koerst.”

    Aan morele boodschappen doet Van der Loo niet. Hij vetelt zijn verhaal zo puur en zuiver mogelijk, ontdaan van valse of opzichtige sentimenten. Verwacht van hem geen waardeoordelen. Je zou kunnen zeggen dat de grootvader lijdt onder de druk van de overgrootvader om de fabriek over te nemen en daarom zijn droom - een rol van betekenis in de literatuur - ziet mislukken. Dat zou kunnen. Maar Van der Loo doet het niet. “Ik doe niet aan psychologiseren. De toeschouwers moeten het verhaal maar invullen.”

    In 2004 debuteerde Van der Loo als schrijver met de roman De Galvano. Zijn tweede boek De held Jacob Mulle werd vorg jaar bekroond met de Halewijnprijs, een prijs voor niet meer debuterende auteurs, wiens werk vanwege de goede kwaliteit meer aandacht verdient. Hoewel Van der Loo een begenadigd theatermaker is, ligt zijn hart toch bij de literatuur.

    “Dat staat het dichtse bij me. Ik merk dat het hele plot voor Gezang zich ook goed voor een novelle leent. Misschien ga ik dat nog doen: de voorstelling bewerken tot een novelle.” Stoppen met theater en zich volledig aan de literatuur wijden, ziet Van der Loo zichzelf niet snel doen. “Als ik geen voorstelling maak, voelt dat niet goed. Optreden gaat me ook goed af, het is een talent dat ik niet mag vergooien. Talent verplicht.” Dat Van der Loo ondanks de sublieme kwaliteit van zijn voorstelling nog niet bekend is bij een groot publiek, deert hem niet. Het zij zo. “Ik focus me op het materiaal. De inhoud van de voorstelling is voor mij zeer belangrijk. Als die voor mij goed is, ben ik tevreden.”

    Van der Loo’s relatieve onbekendheid is deels ook te wijten aan de media, vindt hij. “Ze moeten niet allemaal aan hetzelfde hek gaan staan. Doe wat meer moeite en kies eens voor het onbekende, de verrassing, zou ik ze willen zeggen.”