www.kerknet.be 2008
BRUSSEL (KerkNet) - Dichter Huub Oosterhuis en schrijver-componist Stijn van der Loo hertalen in dit boek teksten uit de traditionele katholieke uitvaartliturgie. Doorheen poëzie, zang en muziek ontluikt een nieuwe gelovige visie op dood en leven, want uiteindelijk blijft de hoop overeind.
Kees Kok verheldert deze dodenliturgie op treffende wijze in een woord ten geleide. Kok ontsluiert het mysterieuze Latijn hoc est enim corpus meum: „Oosterhuis gebruikt hier precies het Latijn om deze priesterlijke zin uit zijn beslotenheid te halen”, stelt Kok. De vertaling van Oosterhuis luidt immers niet ‘want dit is mijn lichaam’, wel krijgt het een andere wending ‘ieder die dit brood ontvangt: wees mijn lichaam’. Zo leest Oosterhuis de woorden van Jezus als een aansporing: brood en liefde te zijn voor anderen.
De muziek ondersteunt wonderwel de teksten. Afwisseling is troef. Oud gregoriaans gezang of Latijn kunnen klinken naast elektronische gitaarmuziek en Nederlands. Het laatste nummer lijkt alles samen te vatten. Stijn van der Loo herneemt zinsneden van vorige liederen. Er zit mantra, beat en plechtige hymne in. Knap.
In het nawoord Eeuwige jeugd haalt Oosterhuis tien mijmeringen aan, doorspekt met geloofsvragen. De kracht van de vragen (zoals Waar zijn onze doden? Toch niet daar in die graven? De dood zal niet het einde zijn van wat wij hebben met elkaar. Maar hoe? Ik weet niet hoe) doet elk antwoord verstommen. (SP)
zie Kerknet actua