Overvliegertje
Overvliegertje
Pal onder hun schedel, boven in hun hersens, hebben trekvogels een lichtgevoelige cel. Daarmee peilen ze feilloos moment en richting van vertrek, ook al zouden ze, zoals een fotografe en ik, geblindeerd zijn vervoerd naar weet ik waar, een of ander cultureel oord, met als lollige opdracht een 'avontuurlijke zoektocht naar huis' aan te vangen. Grappige samenloop trouwens is dat mijn vriendin mij net juist het huis uit heeft gezet, vannacht, ze ging als een dolle tekeer, maar dat is typisch een van die toevalligheden die in verhalen zo ongeloofwaardig overkomen dat ze om die reden alleen maar in de werkelijkheid gebeuren. Ik besluit daarom de fotografe er niets van te vertellen. In plaats daarvan klets ik enthousiast over wat ik weet van trekvogels, ik ben namelijk ornitholoog. De skyline van Chicago, bijvoorbeeld, die zo fel verlicht is 's nachts dat de vogels van koers raken en als motten om de gebouwen blijven cirkelen. Ze sterven van uitputting of vliegen te pletter tegen een spiegelruit. 'Honderd miljoen vogels per jaar!' roep ik. De fotografe wijst mij fijntjes op onze stapel plaatselijke folders en brengt me terug naar de bescheiden skyline van Domburg. Een toren in de verte.
In Domburg is heel wat te beleven als je die blaadjes mag geloven. Een culturele capitool, zonder meer. Neeltje Jans, natuurlijk, wie kent haar niet, het boegbeeld van onze waterwerken, Nederland op zijn intelligentst, op een steenworp, maar ook de musea: het Marie Tak van Poortvliet-museum, van de overbekende antroposofische landbouwpionierster, en vergeet het 'Zeeuws Maritiem' niet! Het Klederdrachtmuseum! Om duizelig van te worden. En dan nog de zeefeesten! Internationaal vermaard! Horses by the sea. Film by the sea, Jazz by the sea, Ice by the sea. Voor wie verstrooiing zoekt is dit een fijne plek. Men gaat naar zee om uit te waaien, nietwaar? En ik had toch al niet goed geslapen.
'Twee jaar geen seks!' had mijn vriendin geschreeuwd. Eigenlijk riep ze: 'Twee jaar heen seks!' maar toen was het al geëscaleerd. Ik haalde mijn schouders op, zoals altijd. Het was al tegen de ochtend, ik dacht aan de buren. De situatie benauwde haar, tierde ze. Ik benauwde haar! Ik herinner me nog dat ik de merels hoorde wakker worden, hun ochtendriedeltjes, stemoefeningen, paringspreludes... Het volgende moment stond ik buiten en was de deur dichtgesmeten.
Met die papierhandel in mijn vuisten staan we, nog knipperend tegen het felle licht, midden op de kruising waar we zojuist zijn afgegooid: Hoek Kalfhoekseweg-Oude Kavelseweg, voor wie hier bekend is. Mijn vriendin komt ook uit deze streek, trouwens, maar dat hoor je helemaal niet meer. Alleen als ze schreeuwt. Dan komt nog steeds die grappige g-h-verwisseling boven. 'Twee jaar heen seks!' Ze is er jong weggegaan. Het land benauwde haar.
De hoge lucht, volgestapeld met wolken als het hooi in de hooischuren om ons heen, het uitgestrekte weideland, een trekpaard, hier en daar een rijtje wilgen, en dan die Kavelseweg, die door de velden slingert, talmend als in een oude schilderprent. Gezoem van insecten, ergens in de windkering een kwetterend vinkje met overslaande stem van zomergeluk, ons frisse celibaatvogeltje... (maar dat is niet waar hoor. Ze broeden twee keer per jaar, en dat is totaal iets anders dan een keer in de twee jaar!) Als ik het niet in mijn folders las zou ik nauwelijks geloven dat die toren daar verderop dat spetterende Domburg was, op nog geen drie kilometer van hier! Ik blader nog eens: uitgelezen fietsroutes, de mantelwerken, de oude watertorens, Tuinen aan de kust, golfcoarses, de modeshow 'Zeeuws meisje 2004'. Het moet een opwindend stadje zijn. Met een echt kasteel! Er is een hele folder over. Een uit de veertiende eeuw stammende 'Lusthof voor Franse adel'...
Het Franse woord voor trekvogeltje, Pluvier, betekent ook vreemdganger, vertel ik mijn fotografe. Overvliegertje, letterlijk. Ja, ja, ik weet er wat van, van vogels. Het is genieten met mij in het open veld. Nooit saai. Maar die Franse adel, daar heb ik toch ook weleens wat over gelezen, dat ging er behoorlijk ontspannen aan toe... Het naaide zich een slag in de rondte, volkomen ongegeneerd en helemaal niet zo negatief hoor! Helemaal niet dat verwijtige, nee! Liberté! 's mensen natuur... de edelmannen... lichtzinnige edelmeisjes... men had zijn leefwijze... Een stevige retraite... Zo'n vrijplaatsje aan zee, daar had elke Franse edelman vast de beste herinneringen aan! Ze trokken er massaal naartoe, elk jaar dezelfde route, des pluviers, de edele overvliegertjes. Volgens mij gewoon een bordeel, dus.
Mijn vriendin, ex-vriendin, heeft niks met vogels, al heeft ze zelf wel wat weg van het Tureluurtje. Ik noem haar voor de grap weleens zo, maar zij vindt dan dat ik met haar spot. Ze heeft een rusteloze aard. Daarom passen wij ook zo goed bij elkaar. Ik ben haar tegenpool. De dingen kunnen haar snel beklemmen: onze woning, haar vele baantjes. Haar vakgebied is, zoals ze het zelf noemt, 'in de horeca'. Ik vorm het rustpunt in onze relatie.
Het is begonnen te regenen. We zetten de pas erin. Dat kan er nog behoorlijk aan toegaan, zeg, zo'n zomerbuitje in het open veld, het komt er allemaal in een keer uitgedonderd, uit die volgepakte regenzolder. Alles is heftiger in Zeeland... de buitenlucht, de gevoelens... We rennen over de Oude Kavelseweg in de richting van die toren, het stadje in.
'Trekvogels hebben geen vooropgezette hierarchie,' roep ik mijn fotografe toe terwijl we voortrennen onder haar jas, waarop de regen kletterend neerslaat. (Mijn jas thuis vergeten, ja, stom, ik was de deur al uit). 'Het ordent zich ter plekke, de meest impulsieve voorop!' We rennen door die ongelofelijke stortbui, de zomer in optima forma, de oprispende goten en putten krijgen het water niet weggedronken en onze zomerschoenen kletsen op het wegdek, midden op straat. Het is hier uitgestorven. Een flauw verlicht raampje, is het een herberg? Een pizzeria! Naar binnen!
Ze is een mooie meid, mijn fotografe, dat zie je meteen in de ogen van de drie broertjes die hier de tent runnen, als we drijfnat binnenstappen. Ze schieten als eenden overeind, slaan de kreukel uit hun schort en kwebbelen ons onmiddellijk tegemoet. Italiaanse kenners, alledrie, zoals ze om haar heen gaan staan, een praatje over het weer, een babbeltje, een bestellinkje. Ondertussen peilen ze mij met een half oog. Pizza Marinara, hè? Je ziet ze denken. Hoe krijgen we haar bij die sukkel weg? Ergens in de keuken schettert een voetbalwedstrijd uit een tv-tje. Houdt de dame van voetbal? En tv? 'Nederlands, dus dol op voetbal; fotografe, dus dol op tv!' Die zit. Terwijl ze haar triomfantelijk naar hun keuken begeleiden kijk ik uit het raam. De zon steekt alweer door de laatste druppels en een wolk spreeuwen springt tevoorschijn, aan de dakgoot van het huis tegenover, een flard, als een herinnering, om bijna meteen weer te verdwijnen, ongeordend, de meest impulsieve achterna.
Ik streelde haar wang, ze pakte mijn hand en kuste die. 'Ik hou van je, Tureluurtje,' zei ik en ze lachte en deed of ze een snavel had en pikte in mijn hand. Nee, dan gisteren. Het is ook niet goed om 's nachts te discussiëren. Dat zeg ik zo vaak. De argumenten kunnen eronder lijden. En ik houd er juist van om heel precies te zijn, dat brengt mijn vakgebied dan weer met zich mee... 'Sorry Tureluurtje,' zei ik, 'maar ik kan me toch onmogelijk verdedigen voor wie ik ben?' Ze huiverde. 'Saai! Bloedsaai! Verstikkend!'
Een van de broertjes heeft me gehaast mijn pizza gebracht. Mijn fotografe dineert zeker in de keuken. Ik zet mijn mes in het taaie geval en werk het weg, kauw nog wat na op mijn herinnering. Vanuit de keuken klinkt gejoel, er is een doelpunt gemaakt. Mijn fotografe komt teruggewandeld met haar opgewonden gevolg. 'Direct op die pantoffel!' straalt de oudste broer. 'Man, mijn hart klopte uit mijn mond!' Zijn handen fladderen op en dalen neer op de schouder en rug van mijn fotografe, trekken een stoel voor haar naar achter, vegen de kruimels van het tafelkleed, slaan de kaart voor haar open. Iedereen kijkt naar mij en mijn leeggevreten bord.
'Sorry', zeg ik slap, ik sta op en loop iets van 'vogels-kijken' mompelend de deur uit. Buiten is het opgeklaard, ik zeg al: in Zeeland is alles heftig. Het weer, een herinnering, de verstikkende verlatenheid. Er is hier geen ruk te beleven.
Ik wandel eens even in de richting van dat hitsige Franse slot. Saai. Ik! Hoe komt men erbij. Ik zal eens even laten zien hoe de werkelijkheid heel wat spannender is dan de verhaaltjes waarmee we elkaar beliegen. Twee jaar heen seks. Ha! En let nu maar eens op! Met mijn meest avontuurlijke grijns wandel ik de ophaalbrug over. "Vakantiehuis voor Franse wezen", staat er op een bord aan de deur. Twee weesjes staan een balletje te trappen. 'Ce n'est plus un bordel, ça ici?' vraag ik, keurig onderlegd, de Nederlanders zijn allang geen zwijnen meer, we spreken talen, drijven handel, bestuderen vogels, noem maar op, er is heel wat veranderd sinds de wouden van de Tubanten en Kaninnefaten, zeg maar een flinke tijd voor de waterwerken, Neeltje Jans, onze cultuurschat. De jochies halen hun schouders op, ze hebben geen flauw idee, of ze begrijpen mijn Frans niet, maar een begeleider komt me geschrokken wegsturen. Je kunt in deze tijd niet voorzichtig genoeg zijn met kinderen, nietwaar? Eruitgesmeten, het wordt een patroon. De jochies zijn alweer vol in hun spel. Ze zien er niet echt ondervoed uit, wat mij betreft... Ik heb van wezen toch een ander beeld, maar blijkbaar krijgen ze flink te bikken daar, in hun lusthof.
Voor mijn fotografe en mij zijn in het meest luxueuze hotel van Domburg twee eenpersoonssuites naast elkaar geboekt. Mijn kamer ruikt bedompt, naar een eindeloze reeks voorgangers, talloze nette heren ieder op zijn eigen "avontuurlijke zoektocht naar huis". Ik gooi het raam open. Het weer is zacht en de avond is opnieuw aan de merels met hun neurotisch gekwinkleer. Het kaatst door de natte straten tegen de gevels van de huizen omhoog. Ik bekijk mijzelf in de enorme spiegel met trekkenverzachtende zweem. Trekvogeltje? Edel overvliegertje? Ik dacht het niet... Eerder een veredeld wit Diets landvarken, daar heeft mijn spiegelbeeld nog het meest van weg. Die schijn je overigens heel goed als huisdier te kunnen houden, ze zijn heel rustig, maar ik weet niet of mijn fotografe daarvoor in is. Ik luister even aan haar deur, maar daarachter is geen geluid. Ze is al gaan slapen of de hort op met die Italiaanse broers, wie weet. Ik ga niet weer een halve nacht aan een gesloten deur staan wachten, dus drink ik de inhoud van mijn minibar maar gezellig in mijn eentje op. Goeie whisky, overigens. Zeeuwse. Prima spul. Morgen weer naar huis. Kijken of ik erin kom.
Twee jaar heen seks... Mijn spiegelbeeld haalt zijn schouders op en schiet in de lach. 'Nou én!?'
'Wat hebben we eigenlijk beleefd,' vraagt mijn fotografe mij de volgende dag in de trein.
'Niks,' zeg ik.
'Eigenlijk had er een liefde op moeten bloeien tussen ons. Dat was een avontuur geweest.'
'Een avontuurtje.'
'Ja.'
Overvliegertje
Rails, oktober 2004