Paustovski in Den Bosch
Paustovski in Den Bosch
Het was op de zondagavond na de opening van het Koningstheatermuseum dat ik met Zegsman nog wat door Den Bosch zwalkte. Van kroeg naar kroeg ging het, terwijl we spraken over de geschiedenis van die prachtstad waar we doorheenstaken en waarvan hij nogal wat wist, bleek. Van bakkerij de Groot met 's werelds 'enige echte Bosche Bol' tot de drinklokalen aan de Korenstraat op één hoog. Van Engelen tot Kruiskamp tot Aawijk, hij had er vroeger al rondgehangen, als kind en jongen, toen hij er kikkers ving en rondkoerste op zijn bromfiets. Van die kerk in Deuteren die ze hadden uitgegraven en naar de overkant van de weg hadden gereden om hem daar weer te planten, de 'Kerk op wielen', tot bezinestation 'De Zwarte Peter', waar je naast benzine ook meteen 'de vrouwkes kon regelen'. Zegsman vertelde honderduit, hij vertelde en vertelde en alle café's hadden wel een verhaaltje. Op het laatst stond-ie uit volle borst zingend op de Lepelbrug: 'God schiep het kaf en God schiep het koren, en uit het kaf werd de Boschenaar geboren!'
Uitgeput maar voldaan vielen we binnen in een bruin café vlak aan het station, Terminus, midden in een mannenvergadering rondom een tafel vol bierglazen onder karig licht van een lage lamp. Ze zagen er niet onvriendelijk uit, die kerels, hooguit trok de lamp diepe schaduwen over hun peinzende gezichten en hulden de wolken sigarenrook hun trekken in blauw. Ze kruisten hun blikken toen wij aanschoven.
Eén van hen stelde het gezelschap voor. Hij wees rond: Historicus, Denker, hijzelf was Architect. Ik stelde ons voor als Schrijver en Zegsman, die meteen toevoegde dat-ie een droge strot had van het geouwehoer, een biertje van een vergaderaar achteroversloeg en in slaap zakte waar hij zat.
'Wij bereiden de culturele overname van Den Bosch voor', vertrouwde Architect mij toe.
Historicus, een kale man, knikte mij gevaarlijk toe. 'Een platform zijn we,' zei hij, 'een Bosch' platform. Mét invloed.'
Architect glimlachte breed. 'Laten we zeggen dat er mensen inzitten waar de stad niet-omheen-kan. Invloed klinkt zo negatief.' Hij wreef zich over zijn gezicht. 'Ik zie mijzelf meer... als een Vrijdenker!' Bulderend schoot hij in de lach en zijn gezelschap grinnikte met hem mee, de rook danste boven de tafel. 'Warhoofd!' brulde hij naar Denker. 'Haal bier!'
'Het Koningstheater heeft vandaag een museum geopend,' zei ik. 'Het grootste kleinkunstmuseum van Nederland. Het Koningstheatermuseum.' Architect peilde mij langdurig.
'Frank Verhallen,' verduidelijkte ik. 'Hij kan wel wat hulp gebruiken...'
Architect peinsde. Zijn oog glom. 'Nooit van gehoord.'
Historicus en Denker schoten in de lach en keken mij feestelijk aan. 'Biertje, Schrijver?'
Ik bedankte, schudde Zegsman wakker, en duwde hem overeind. 'Het Bosche carnaval begint als 't leste is afgelopen,' zong hij mompelend terwijl hij zich door de deur naar buiten liet duwen. 'Den Bosch heeft het al, en wat het niet heeft dat hoeven we niet,' zong Zegsman gezellig verder. Het was gaan regenen. Over de natte stoep kwam een kleine harmonie voorbij. Een vrouw liep mee en hield haar paraplu boven de tuba.
'Hier geef ik altijd twee euro aan mijn dakloze vriendin,' wees Zegsman naar het portiek van een bankgebouw. 'Maar het is zondag, hè. Dan is ze er niet.'
Paustovski in Den Bosch
UITkrant Den Bosch, maart 2006