Que sait-on de la plage de Dombourgh?
Que sait-on de la plage de Dombourgh?
Que sait-on de la plage de Dombourgh?
Ik heb twee maîtresses die niet willen deugen. Met de ene komt het niet op gang en de ander zit me af te houden. Gesjans, gepaai en lekker gegeur van jewelste, dat wel, maar voor de rest... Een beetje als een hond die aan een stang wordt uitgelaten. En ik maar vrolijk springen zeker. Verder ben ik gewoon netjes getrouwd, zoals het hoort. Ieder zijn eigen probleempjes, dat is ook zo, maar toch beheerst het me meer dan bruikbaar, dus ben ik in mijn auto gestapt en een eind gaan rijden. Naar zee! Zeeland, daar is zee. Ik kwam terecht in Domburg. Zelden een beklemmender stadje gezien dan Domburg, maar goed, ik zeg al, het kan heel goed aan mezelf liggen. Ik ben het strand opgewandeld.
Er komen er hier wel meer om uit hun probleempjes te waaien, zie ik, met hond en al, iets wat uiteraard nooit lukt, want de verticale zorgrimpel die op een gegeven moment tussen je wenkbrauwen is verschenen waait er nooit meer uit, vergeet het maar. Gelukkig blijft zo'n strandje voortdurend zijn zelfde heilzame filmpje afspelen, net de liefde zelf, van speels eb tot drammerig vloed, een levenslange vertoning, compleet met meditatieve soundtrack. Er moeten hier eeuwenlang verwarde types hebben gestaan die hun kop kwamen laten leegwaaien, hun dilemma's in de zilte zeelucht probeerden op te lossen, van de Romeinen tot de Karolingers tot later de Fransen, het strand van Domburg heeft een reputatie op het gebied van heling en zuivering van zolang de Westerse beschaving bestaat.
'Ik hou van je, maar niet op die manier,' zeurde die ene maitresse, die afhoudster, laatst. We waren in mijn auto op weg want ze wilde dat ik haar ergens af zou zetten, weet ik veel, iets waar ze bovenmatig lekker voor moest ruiken, blijkbaar, want ze rook echt heerlijk. Natuurlijk dacht ik aan een eenvoudige en soepele wederdienst, iets wat haar geur moeiteloos in mij wakker riep. Reciprociteit, het is net zo'n biologisch mechanisme als het effect van geuren, ik weet toevallig wat van biologie sinds mijn vorige boek, dus ik streelde haar bovenbeen.
'Ik dacht dat ik het de vorige keer toch duidelijk had uitgelegd?'
Nou, zo hogelijk verbaasd hoefde ze wat mij betreft echt niet te kijken... Uitleggen, dat is nou per definitie geen biologisch mechanisme, bovendien werd ik afgeleid door de weerzinwekkende klank van haar stem, dat pedante morele toontje, nooit te harden omdat het zo zelfingenomen is, het zou me zomaar van mijn voornemen hebben afgebracht als zij me er al niet van afgeslagen had, met dat venijnig handje van haar. Vast en zeker was het niet echt edel van mij om zo'n beetje onopvallend over haar been te gaan zitten aaien tijdens het autorijden, maar godverdomme zeg, vergelijk het eens met voetbal, die andere volksadellijke cultuuruiting, op een gegeven moment komt het toch op een doelpunt aan, hoe sportief je ook met elkaar in de weer bent. Hoe dan ook, ze had me door, en nog wel iets te vroeg, want ze stapte uit. In een telefooncel belde ik meteen die ander, maar daar kwam ik ook al in gezeur terecht, dat laat ik hier maar weg. Nee, dan kon ik net zo goed gewoon thuis mijn eigen vrouw aanzetten, die radiozender die vierentwintig uur per dag haar geklaag in luid en verongelijkt hifi uitzendt. Net een minaret, maar dan non-stop en veel en veel duidelijker te verstaan.
Zulke dingen gaan je toch op je zenuwen werken, de onwil, de gesmoorde verlangens... Je wordt er bekaf van. Je krijgt je dromen, en overdag raak je verward. Soms weet je niet goed meer wie je tegenover je hebt. Zo noemde ik mijn vrouw één keer per ongeluk bij de verkeerde naam. Pff... Nee hoor, laat mij hier maar even op het strand lopen, lekker uitwaaien... Dat lijkt me wel even avontuurlijk genoeg.
Domburg moet overigens nog steeds een opwindend stadje zijn, als ik de stapel folders mag geloven die me bij aankomst op het strand in handen werd geduwd. Er wordt het een en ander opgesomd, en niet terughoudend, nee hoor... Kleurige folders met aansprekende titels en krachtige beschrijvingen. Het 'Marie Tak van Poortvliet'-museum, het 'Zeeuws Maritiem', het 'Klederdrachtmuseum!' Om duizelig van te worden. En dan de zeefeesten! Internationaal vermaard! Horses by the sea. Film by the sea, Jazz by the sea, Ice by the sea. Voor wie verstrooiing zoekt moet dit een fijne plek zijn. 'De Smaek van Zeêland!' De modeshow 'Zeeuws Meisje 2007' en nog een echt kasteel ook! Een uit de veertiende eeuw stammende 'Lusthof voor Franse adel'... Ik smijt het pakket folders in zijn geheel in een strandprullenbak, maar houd die Lusthoffolder bij me. Kijk, zoiets interesseert me. Cultuur, historie... Het moet hier pal achter het duin liggen. Ik koers die kant op.
Bij de strandhuisjes zit een kunstenaar. In de luwte van twee opengezette deuren, uitzicht op zee, schildert hij het - naar eigen zeggen - 'altijd eendere en altijd nieuwe'. De zee. Ik ga zo'n beetje tegen zijn strandhokje geleund staan. Willen ze nogal bijten, zo sta ik tegen die deurpost geleund, een half oog op zijn schildering. Aquarel, zie ik, geen betere techniek om de zee mee te vangen, waar of niet? Zijn model wil ondertussen natuurlijk niet echt stil blijven liggen, feitelijk verandert ze steeds van kleur en belijning, om horendol van te worden als schilder, lijkt mij, maar de schilder in kwestie lijkt er in ieder geval niet door te worden afgeleid, zo te zien. En ook mijn gezelschap brengt hem niet uit zijn concentratie. Nee hoor, hij vlekt er nog wat waterige streken bij en begint gezellig te vertellen.
'Een droom van jaren,' vertelt hij, die hij eindelijk ten uitvoer kon brengen, nu hij in de vut kwam. Hij heeft ook een hoed, zie ik, een grote met brede rand, maar die heeft hij naast zich in het zand gelegd, met een kei erop. Die zou maar afwaaien. En een hoed is voor imposantie en niet om achteraan te rennen.
Om ook een grappige duit in het zakje te doen vertel ik van mijn twee maitresses, die niet willen deugen. Hij kijkt mij aan en wijst op zijn stapel doeken. De zee zus, de zee zo, zie ik.
'De zee,' zegt-ie, 'daar worden ze hitsig van...' En hij vertelt er meteen op het ritme van zijn zwierige kwast een paar hete avontuurtjes achteraan, misschien niet allemaal waargebeurd, stel ik me zo voor, maar verstrooiend genoeg en zeker zonder uitzondering prachtig gelieerd aan een of meerdere van zijn zeezichten, zoals hij ze noemt. Ondertussen is hij aan alweer een nieuw doek begonnen.
'Als je interesse hebt?' zegt hij volkomen terzijde, en zonder van zijn stoel te komen plaatst hij het eerste doek rechtop in het zand voor mijn voeten. '100 euro. Gelegenheidsprijsje.' Hij knipoogt en mengt zijn kwast met nieuwe verf en nieuw water. 'Normaal doen ze vijfduizend, zesduizend,' zegt hij, en hij zet een dikke natte streep, weer een nieuwe horizon, altijd eender altijd nieuw, en wuift meteen mijn mogelijke reactie weg, eerlijkgezegd nog voor die in mij is opgekomen. 'In het buitenland dan vooral, natuurlijk...'
Al met al heb ik wel wat interesse gekregen in die Franse Lusthof daar op een steenworp afstand, dus ik keur zijn doek, waarbij hij mij wantrouwig opneemt, en snijd het onderwerp terloops aan. Of hij wat weet van prijzen en gewoonten en zo? Ik sta zo ziekmakend impliciet te polsen, dat ik zin krijg in een van mijn maitresses, seks is woede, nietwaar, en eigenlijk word ik er vanzelf nog kwader van, verdomme, zo onverrichter zake als ik leef. Hij peilt mijn ingehouden drift met een meewarige blik en zet zijn penseel op zijn doek.
'Zeezichten,' zegt hij. Hij knipoogt. 'Daar worden ze geil van...' Dan haalt hij de knijpers van zijn eerste zeewindgedroogde nat-in-natje af, rolt het ding op, spant er een elastiekje omheen en duwt het mij in handen. 'Vooruit,' zegt hij. 'Tachtig euro. Neem mee.'
Als ik betaald heb stopt hij het geld walgelijk routineus in zijn kontzak en gaat weer aan zijn doek zitten. 'Dat kasteel,' zegt hij dan, terwijl hij in de verte tuurt, de horizon metend met zijn penseel overdwars, 'is een vakantiehuis voor Franse weeskinderen. Voor hoeren moet je naar Middelburg.'
Mijn vrouw is overigens een heel lieve vrouw, ook al zeurt ze wel een klein beetje, maar ik ken geen man die niet in het begin gedacht heeft: eindelijk eentje die niet zeurt. Dat zou met die twee platonische trutten niet veel anders aflopen, lijkt me. In dat opzicht is dat paaien-en-afhouden wel degelijk effectief. Je zou dus ook kunnen zeggen dat ik twee prachtige platonische liefdes heb, die mij inspireren in het schrijven over onbereikbare verlangens. Maar hoe je het ook noemt, het blijft droogzwemmen.
Frankrijk! Een paar eeuwen terug! denk ik, terwijl ik met spijt mijn lusthoffolder streel, toen de natuur nog natuur was en naaien geen zonde. Toen een maîtresse nog wist wat er van haar werd verwacht. Toen een Lusthof nog voor de lust was en niet voor zielige kinderen, verdomme. Toen Domburg nog Dombourg was! Que sait-on de la plage de Dombourg?
Nou goed. Ik ben hier nog niet over uitgeschreven, dat voel ik wel, moraal interesseert me nou eenmaal. Liefde en lust, altijd eender altijd nieuw... Ik moet het ergens anders maar eens uitwerken... Later misschien... in mijn verzameld werk... memoires... wie weet. Vooralsnog moet ik op zoek naar twee nieuwe maîtresses die zichzelf niet te goed voelen. Nondeju zeg, ik zal dat Cultuurlijk Zeeuws Zeedoek es effe centraal ophangen in mijn slaapkamer (mijn vrouw en ik slapen apart, had ik dat al verteld?).
Brabant Literair, nov 2008